Skip to content
Spoed

Beslissingen rondom levenseinde en uw behandelwensen

Beslissingen rondom het levenseinde

Bij beslissingen rondom het levenseinde gaat het vaak over wel of niet behandelen. Iemand die ernstig ziek is kan soms toch behandeld worden om de ziekteverschijnselen uit te stellen. Of iemand kan kiezen om af te zien van behandelen omdat hij of zij geen medische toestanden meer wil. Welke keuze wordt gemaakt hangt erg af van de gezondheidssituatie op dat moment en van de bijwerkingen en de succeskans van de behandeling. De beslissing hangt ook af van uw persoonlijke voorkeur. Sommige mensen willen graag dat de artsen tot het laatste moment alles uit de kast halen om het leven te redden, anderen maken eerder een keuze om levensverlengende behandelingen te stoppen, als ze denken dat het teveel ten koste gaat van hun kwaliteit van leven. Beslissingen rondom het levenseinde worden in het algemeen genomen na uitgebreid overleg tussen u en de arts.

Wilsverklaring

Soms is het niet mogelijk om het gesprek over belangrijke medische beslissingen goed te voeren. Dat kan zijn omdat u te ziek bent, omdat u buiten bewustzijn bent of een beroerte heeft gehad waardoor u niet kunt spreken. Soms is er geen tijd om uitgebreid te overleggen. Als u een sterke voorkeur heeft voor bepaalde behandelingen wel of juist niet dan kunt u een wilsverklaring opstellen. U zet zelf op papier wat uw wensen zijn. Behandelwensen die in een wilsverklaring aan de orde kunnen komen: wel of niet reanimeren, beademen, intensive care, operatie, naar het ziekenhuis, kunstmatige voeding, antibiotica. U kunt in de wilsverklaring situaties beschrijven die voor u ondraaglijk lijden zouden betekenen, waarin u zou willen dat de behandeling stopt.

Als u geen wilsverklaring heeft en u kunt zelf uw wil niet meer kenbaar maken dan zullen de artsen bij belangrijke beslissingen met uw partner of familie overleggen. Een gesprek over uw wensen rondom het levenseinde is minstens net zo belangrijkrijk als een wilsverklaring. Praat hierover niet alleen met uw huisarts maar ook met de mensen die dichtbij u staan. Het is handig als de huisarts weet wie uw vertegenwoordiger is, met welke persoon u wilt dat wij overleggen als u het zelf niet meer goed kan. Iemand die u vertrouwt en die weet hoe u in het leven staat.

Niet reanimeren

De meest gebruikte wilsverklaring is de niet-reanimeren verklaring. Als u een hartstilstand krijgt is er geen tijd om te overleggen en moet er snel gehandeld worden, of niet. De kans op een succesvolle reanimatie hangt met name af van de snelheid waarmee u een elektrische schok krijgt zodat het hart weer gaat kloppen. Als dat langer dan enkele minuten duurt wordt de kans op overleven heel klein en is er een grote kans op hersenschade door zuurstofgebrek. De kans op het goed slagen van een reanimatie hangt ook sterk af van uw leeftijd en van uw kwetsbaarheid. De kans dat een 70- jarige een reanimatie buiten het ziekenhuis overleeft is 12 %. Van de overlevenden na een reanimatie heeft ongeveer 10 % ernstige restklachten.

Als u besluit dat u niet meer gereanimeerd wil worden geef dat dan door aan de huisarts en aan de mensen in uw omgeving zoals de thuiszorg, kinderen, buren. Het is belangrijk dat zij het weten en dat zij in noodsituaties de niet-reanimeren verklaring makkelijk kunnen vinden. Als u daarvoor toestemming heeft gegeven kan de huisartsenpost ook zien of u niet-reanimeren heeft afgesproken. Bij het alarmnummer 112 wordt het reanimeerbeleid niet geregistreerd. U kunt er voor kiezen om via de NVVE een niet-reanimeren penning aan te schaffen om misverstanden te
voorkomen.

Palliatieve zorg

Het zorgen voor iemand die niet meer beter wordt en gaat sterven noemen we palliatieve zorg. Het doel is het lijden te verzachten en te zorgen dat iemand zo comfortabel mogelijk is. Dat kan op allerlei manieren bijvoorbeeld door medicijnen tegen pijn, misselijkheid, onrust of benauwdheid. Er is (gespecialiseerde) thuiszorg mogelijk die uw naasten/mantelzorgers kan ondersteunen. Er kan eventueel nachtzorg geregeld worden en soms is opname in een hospice wenselijk. Ondanks de goede zorg die wij proberen te geven is het stervensproces niet altijd zonder lijden. Het minder eten, de vermoeidheid, het steeds zwakker worden zijn verschijnselen die erbij horen.

Palliatieve sedatie

Als er teveel ongemak is en de gebruikte middelen helpen onvoldoende kan men overgaan tot palliatieve sedatie. Dan krijgt de patiënt een slaapmiddel waardoor hij minder last heeft van pijn, benauwdheid of onrust. Dat kan een aantal uren per dag of de hele tijd. Iemand continu in een diepe slaap brengen kan alleen als het natuurlijk overlijden binnen 2 weken wordt verwacht. De medicijnen die in de palliatieve fase worden gegeven hebben puur als doel het lijden te verlichten en hebben geen effect op de snelheid van het overlijden.

Euthanasie

Euthanasie is actieve levensbeëindiging. De arts geeft de patiënt dodelijke middelen, meestal via een infuus, waardoor de patiënt op dat moment overlijdt. De arts mag dat alleen doen als er is voldaan aan een aantal zorgvuldigheidseisen:

  • De arts moet ervan overtuigd zijn dat de patiënt ondraaglijk en uitzichtloos lijdt. Dat er geen andere manieren meer zijn om het lijden te verzachten en dat er geen behandeling meer mogelijk is.
  • De arts moet er van overtuigd zijn dat het de eigen vrije wil is van de patiënt
  • Het moet een herhaald verzoek zijn.
  • Er moet een onafhankelijke (SCEN) arts komen om met de patiënt te spreken en die toetst of er voldaan is aan de zorgvuldigheidseisen. De patiënt moet aan de SCEN arts onder vier ogen kunnen uitleggen waarom de situatie ondraaglijk is en dat hij zeker weet dat hij euthanasie wil.
  • De arts moet de euthanasie melden.

Bij de toetsing helpt het als de patiënt een euthanasieverklaring heeft. Een verklaring waarin u het liefst met eigen woorden opschrijft in welke situatie u euthanasie zou willen. Het ondertekenen en inleveren van zo’n verklaring betekent geen garantie op euthanasie.
Belangrijk bij een euthanasiewens is om hierover met de arts in gesprek te blijven. Zeker op het moment dat u een ernstige diagnose krijgt of als de euthanasiewens actueel wordt. De procedure kost tijd en de euthanasiewens moet voor de arts ook invoelbaar zijn. Als de arts
er niet achter kan staan is hij niet verplicht euthanasie te doen en kan hij u eventueel verwijzen.

Euthanasie bij dementie

Over euthanasie bij dementie wordt veel gesproken en het is een lastig onderwerp. Wij zijn van mening dat euthanasie in principe alleen mogelijk is bij iemand die wilsbekwaam is. Dat betekent dat bij dementie de euthanasie alleen kan plaatsvinden als de patiënt zijn wil nog kenbaar
kan maken.

Als u meer wilt weten over beslissingen rondom het levenseinde, niet reanimeren, palliatieve zorg of euthanasie kijk dan op: